Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2010

1. De aanslagen moeten worden betaald in maximaal twee gelijke termij­nen waarvan de eerste vervalt één maand na de dagtekening van het aanslag­biljet en de tweede twee maanden later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt dat, wanneer er een machtiging tot automatische incasso is afgegeven en het totaalbedrag van het aanslagbiljet:- € 45,00 of hoger is, de aanslagen moeten worden be­taald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagteke­ning van het aanslagbiljet nog maanden in het kalender­jaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termij­nen tenminste drie bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.- lager is dan € 45,00, de betaaltermijnen gelden zoals onder 1. 3. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid, tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd vervalt de machtiging tot automati­sche incasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid. 4. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voorzover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel