In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke
plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder
b;
b.
weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;
c.
openbaar water: wateren die voor het publiek
bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk
zijn;
d.
bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan
gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld
overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de
Wegenwet, bij hun besluit van 17 september 1985, nr.
B2212/1;
e.
rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap
heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk
recht;
f.
bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
Bouwverordening;
g.
gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
onder c, van de Woningwet;
h.
handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van
goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt
een commercieel belang te dienen;
i.
bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel
1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht.