**1..** De burgemeester weigert of trekt de exploitatievergunning in
indien:
a.
de vestiging of de exploitatie van de openbare
inrichting in strijd is met een geldend
bestemmingsplan of met een stadsvernieuwingsplan
of een leefmilieuverordening in de zin van de Wet
op de stads- en dorpsvernieuwing,
b.
de exploitant of de beheerder onder curatele
staat,
c.
de exploitant of de beheerder is ontzet uit de
ouderlijke macht of de voogdij,
d.
de exploitant of de beheerder in enig opzicht
van slecht levensgedrag is.
**2..** De burgemeester kan de exploitatievergunning geheel of
gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel
of gedeeltelijk intrekken of wijzigen, indien:
a.
naar zijn oordeel de openbare orde gevaar
loopt of het woon- of leefklimaat in de omgeving
van de openbare inrichting door de aanwezigheid
van de openbare inrichting nadelig wordt
beïnvloed,
b.
de exploitant of de beheerder het bij of
krachtens de bepalingen in deze paragraaf
geregelde overtreedt,
d.
aannemelijk is dat de exploitant of de
beheerder betrokken is, of hem ernstige
nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten
in of vanuit de openbare inrichting, die gevaar
kunnen veroorzaken voor de openbare orde of een
bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in
de omgeving van de openbare inrichting,
d.
de exploitant of de beheerder strafbare feiten
pleegt in de openbare inrichting, dan wel toestaat
of gedoogt dat in zijn openbare inrichting
strafbare feiten worden gepleegd,
e.
de exploitant of de beheerder zich schuldig
maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of
seksuele geaardheid,
f.
zich in of vanuit de openbare inrichting
anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees
wettigen, dat het geopend blijven van de openbare
inrichting gevaar kan veroorzaken voor de openbare
orde of een bedreiging vormt voor het woon- of
leefklimaat in de omgeving van de openbare
inrichting,
g.
er sprake is van een gewijzigde exploitatie of
een wijziging in de exploitant, waarvoor geen
nieuwe exploitatievergunning is aangevraagd,
of
h.
er aanwijzingen zijn dat in de openbare
inrichting personen werkzaam zijn of zullen zijn
in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000
bepaalde.
**3..** Bij de toepassing van de in het tweede lid bedoelde gronden
houdt de burgemeester rekening met:
a.
het karakter van de straat en van de wijk
waarin de openbare inrichting is gelegen of zal
komen te liggen;
b.
de aard van de openbare inrichting;
c.
de spanning waaraan het woon- of leefklimaat
ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te
staan door de exploitatie van de openbare
inrichting;
d.
de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant
of beheerder van de openbare inrichting in deze of
in andere openbare inrichtingen.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2.28b
Weigerings-, intrekkings- en wijzigingsgronden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2010