**1..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
degene die zich gedraagt in strijd met artikel 2.1, 2.26,
2.42, 2.47, 2.48, 2.49, 2.50, 2.74, 2.78, 3.9, een verbod
opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak
van 24 uur te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen,
waar of in de nabijheid waarvan de genoemde gedragingen
hebben plaatsgehad (verblijfsontzegging).
**2..** De burgemeester kan in het belang van de openbare
orde aan degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het
eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie binnen zes
maanden na het opleggen van dit verbod wordt geconstateerd,
dat hij zich opnieuw gedraagt in strijd met de in het eerste
lid genoemde artikelen, een verbod opleggen om zich
gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste
veertien dagen te bevinden op in dat verbod aangewezen
plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde
gedragingen hebben plaatsgehad.
**3..** De burgemeester kan in het belang van de openbare
orde aan degene aan wie eerder een verblijfsontzegging voor
de duur van veertien dagen is opgelegd en ten aanzien van
wie binnen zes maanden na het opleggen van dit verbod wordt
geconstateerd, dat hij zich opnieuw gedraagt in strijd met
de in het eerste lid genoemde artikelen, een verbod opleggen
om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten
hoogste drie maanden te bevinden op in dat verbod aangewezen
plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde
gedragingen hebben plaatsgehad.
**4..** De burgemeester beperkt de in het eerste, tweede
of derde lid genoemde verboden, indien dat in verband met de
persoonlijke omstandigheden van betrokkene of overige
omstandigheden van het geval noodzakelijk is.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 15 › Paragraaf
Artikel 2.79
Gebiedsontzegging openbare terreinen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2010