**1.** In het beleidsplan als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden.
**2.** Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, door middel van het vaststellen van beleidsregels, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden.
**3.** Het college kan een voorziening beëindigen:
indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
indien de voorziening niet langer meer noodzakelijk is voor de arbeidsinschakeling van de klant;
indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;
Indien naar het oordeel van het college de klant onvoldoende medewerking verleent aan het traject gericht op arbeidsinschakeling;
Het inzetten van een voorziening tot arbeidsinschakeling anderszins niet langer noodzakelijk is.
**4.** Door middel van het vaststellen van beleidsregels kan het college ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 9 tot en met 17, met inachtneming van hetgeen daarover in het beleidsplan is bepaald, nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op:
a.de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;
de regeringsbronnen bij het aanbieden van voorzieningen;
de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of - vaststelling;
de aanvraag, van en de besluitvorming over subsidies en premies;
de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten;
overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies.
Paragraaf 3
Artikel 8.
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Reïntegratieverordening WWB 2008