Voor de toepassing van deze verordening wordt:
onder gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater begrepen;
onder afvalwater verstaan water en stoffen die worden afgevoerd via de gemeentelijke riolering;
onder eigendom verstaan een roerende of een onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte in de zin van artikel 3;
onder verbruiksperiode verstaan de periode waarop de afrekening van de watermaatschappij betrekking heeft.