**1.** De laagrentende geldlening wordt verstrekt onder de voorwaarde dat:
binnen 3 maanden na een bij de verstrekking te bepalen tijdstip met het treffen van de voorzieningen een begin wordt gemaakt;
de voorzieningen zijn getroffen binnen maximaal 1 jaar na de verstrekking dan wel, indien het bepaalde in het tweede lid van artikel 2.3 van toepassing is, binnen de ingevolge dat artikellid gestelde termijn;
aan de door burgemeester en wethouders met toezicht belaste personen op de door die personen te bepalen tijdstippen:- toegang wordt verleend tot het pand;- inzage wordt verleend in de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende bescheiden en tekeningen;
de bescheiden en gegevens die nodig zijn voor de juiste toepassing van deze verordening, worden verstrekt;
bij het treffen van de voorzieningen niet wordt gehandeld in strijd met het Vestigingsbesluit Bedrijven;
de eigenaar schriftelijk ten genoegen van burgemeester en wethouders verklaart dat het pand na het treffen van de voorzieningen behoorlijk zal worden onderhouden.
**2.** Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijking van de in het eerste lid onder a en b genoemde termijnen toestaan.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.6
Artikel 2.6
Onderdeel van Verordening laagrentende geldlening gemeentelijk monumenten