Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.6

Artikel 2.6

Onderdeel van Verordening laagrentende geldlening gemeentelijk monumenten

1. De laagrentende geldlening wordt verstrekt onder de voorwaarde dat: binnen 3 maanden na een bij de verstrekking te bepalen tijdstip met het treffen van de voorzieningen een begin wordt gemaakt; de voorzieningen zijn getroffen binnen maximaal 1 jaar na de verstrekking dan wel, indien het bepaalde in het tweede lid van artikel 2.3 van toepassing is, binnen de ingevolge dat artikellid gestelde termijn; aan de door burgemeester en wethouders met toezicht belaste personen op de door die personen te bepalen tijdstippen:- toegang wordt verleend tot het pand;- inzage wordt verleend in de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende bescheiden en tekeningen; de bescheiden en gegevens die nodig zijn voor de juiste toepassing van deze verordening, worden verstrekt; bij het treffen van de voorzieningen niet wordt gehandeld in strijd met het Vestigingsbesluit Bedrijven; de eigenaar schriftelijk ten genoegen van burgemeester en wethouders verklaart dat het pand na het treffen van de voorzieningen behoorlijk zal worden onderhouden. 2. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijking van de in het eerste lid onder a en b genoemde termijnen toestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel