**1.** Uitbetaling van een op grond van dit hoofdstuk verstrekte laagrentende geldlening heeft plaats nadat:
daartoe de eigenaar met de namens burgemeester en wethouders verstrekkende instelling een overeenkomst heeft afgesloten;
de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden binnen twee maanden na voltooiing ervan schriftelijk zijn gereed gemeld met indiening van de daarop betrekking hebbende, door burgemeester en wethouders gewenste, gegevens;
de onder a. bedoelde werkzaamheden door of vanwege burgemeester en wethouders zijn gecontroleerd en akkoord bevonden;
de rekeningen en betaalbewijzen inzake de uitgevoerde werkzaamheden, alsmede de totale kostenopstelling waarin de verrichte werkzaamheden op dezelfde wijze zijn gerangschikt als de in artikel 2.7 bedoelde begroting, door burgemeester en wethouders zijn gecontroleerd en akkoord bevonden;
na ontvangst van de in artikel 2.6, lid 1, onder f. bedoelde verklaring.
**2.** Uitbetaling geschiedt uitsluitend op een bij de gereed melding door de eigenaar op te geven giro- of bankrekening.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.9
Artikel 2.9
Onderdeel van Verordening laagrentende geldlening gemeentelijk monumenten