De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse
10, vermeld in tabel II van het
Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding
ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het
eerste lid de onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag voor
gemeenteklasse 10, vermeld in tabel III van het
Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Onkostenvergoeding
Onderdeel van verordening regelende de rechtspositie van wethouders, raads- en commissieleden 2008