Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste danwel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien op grond van een verandering in inzichten of verandering in omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden na het verlenen van de vergunning/ontheffing moet worden aangenomen dat intrekking wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning/ontheffing is vereist, en het tevens niet mogelijk blijkt door het stellen of wijzigen van voorschriften dat belang voldoende te beschermen;
indien de aan de vergunning/ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
indien van de vergunning/ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning danwel de datum of periode waarop of waarin een activiteit is voorzien waarvoor de vergunning is verleend, is verstreken zonder dat bedoelde activiteit heeft plaatsgevonden;
indien de houder of rechtsverkrijgende dit verzoekt.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1
Artikel 5
Intrekken vergunning
Onderdeel van Brandbeveiligingsverordening Albrandswaard