Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Inrichtingseisen danslokaal

Onderdeel van Drank- en horecaverordening

1. Voor het verkrijgen van toestemming om gelegenheid te geven tot dansen in een inrichting waarin een horecabedrijf wordt uitgeoefend, daaronder begrepen de tot de inrichting behorende lokaliteiten, die niet in de vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet zijn aangewezen, moet worden voldaan aan de volgende inrichtingseisen: in het lokaal of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt, moet een duidelijk van het overige deel van de vloer te onderscheiden dansvloer aanwezig zijn; de dansvloer mag niet vervaardigd zijn van of bedekt zijn met weerspiegelend materiaal; het lokaal of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt, moet van alle kanten goed te overzien zijn; in de inrichting moeten ten behoeve van de bezoekers, voor mannen en voor vrouwen afzonderlijk, volledig van elkaar gescheiden toiletgelegenheden aanwezig zijn;I.zij moet één of meer behoorlijke privaten bevatten;II. zij moet één of meer behoorlijke voorzieningen bevatten om de handen met stromend deugdelijk drinkwater te kunnen wassen;III. de in de privaten aanwezige closetpotten en de urinoirs moeten voorzien zijn van waterspoeling, welke is aangesloten op de watervoorziening als bedoeld in het Besluit inrichtingseisen Drank- en Horecawet;IV. De privaten, alsmede de ruimten welke urinoirs bevatten, mogen niet rechtstreeks in verbinding staan met een lokaliteit of open aanhorigheid waar het dansen geschiedt;V. de sanitaire installatie dient aangesloten en ingericht te zijn volgens de algemene voorschriften waterleidinginstallaties. de lokaliteit of de open aanhorigheid waar het dan-sen geschiedt, moet een zodanige kunstlicht voorziening hebben dat de gemiddelde horizontale verlichtingssterkte, gemeten op 1 meter boven de vloer, over de gehele oppervlakte tenminste 50 lux kan bedragen. 2. Wanneer de toestemming wordt gevraagd voor een lokaliteit of open aanhorigheid die pleegt te worden gebruikt als voor het publiek toegankelijke dansgelegenheid, of voor het houden van voor het publiek toegankelijke toneel-, muziek-, zang-, dans- en dergelijke uitvoeringen, van bijeenkomsten of van partijen, moet bovendien worden voldaan aan de volgende inrichtingseisen: de oppervlakte van de lokaliteit of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt moet ten minste 70 m² bedragen; de oppervlakte van de dansvloer moet ten minste een zesde deel bedragen van de oppervlakte van de lokaliteit of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt, met een minimum van 20 m²; vóór de toiletten, bedoeld in het vorige lid, onder d, mag geen voor mannen, zowel als voor vrouwen toegankelijk voorportaal aanwezig zijn. 3. De burgemeester kan aan een krachtens deze verordening verleende toestemming voorschriften en beperkingen verbinden. 4. Een krachtens deze verordening verleende toestemming kan worden ingetrokken of gewijzigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel