Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 12

Openbaarheid van vergaderingen

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies

1. De vergaderingen van een raadscommissie worden in het openbaar gehouden, behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel. 2. De deuren van een openbare vergadering worden gesloten, wanneer één der aanwezige leden dit verlangt of de voorzitter het nodig acht. De raadscommissie besluit vervolgens dat met gesloten deuren (verder) zal worden vergaderd, wanneer haar blijkt dat bij (verdere) beraadslaging in het openbaar private of openbare belangen wezenlijk zouden kunnen worden geschaad. 3. Indien de aard van de te behandelen aangelegenheden naar het oordeel van de voorzitter of van ten minste de helft van het aantal leden van de raadscommissie beraadslaging in het openbaar niet toelaat, kan een besloten vergadering worden gehouden. Indien de raadscommissie in deze besloten vergadering blijk geeft van oordeel te zijn dat de aard van één of meer dezer aangelegenheden beraadslaging in de beslotenheid niet vordert, plaatst de voorzitter deze aangelegenheid c.q. aangelegenheden op de agenda van de eerstvolgende openbare vergadering, tenzij de behandeling naar zijn oordeel geen uitstel gedoogt. In dit laatste geval vindt behandeling toch terstond in beslotenheid plaats, met dien verstande echter dat de voorzitter zo spoedig mogelijk voor openbare bekendmaking van het verhandelde zorg draagt. 4. Indien bij een stemming met betrekking tot een besluit als bedoeld in het tweede en derde lid van dit artikel de stemmen staken, wordt het voorstel van orde geacht te zijn verworpen.

Rechtspraak bij dit artikel