Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9

Zittingsduur

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies

1. De zittingsduur van de leden is gelijk aan die van de leden van de zittende raad. In tussentijds ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. 2. Bij periodieke aftreding worden de leden van de raadscommissies zo spoedig mogelijk na het zitting nemen van een nieuwe raad benoemd. 3. Een lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 7 gestelde eisen. 4. De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. 5. De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. 6. Een lid, de voorzitter en zijn plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 7. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel