**1.** Vanaf het tijdstip van de eerste bekendmaking zijn leden en gewezen
leden van de raad, de burgemeester en gewezen burgemeesters, wethouders
en gewezen wethouders, leden en gewezen leden van een door de raad, het
college of de burgemeester ingestelde commissie, ambtenaren en gewezen
ambtenaren, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan
ondergeschikt, verplicht te voldoen aan een vordering van de
onderzoekscommissie tot het verschaffen van inzage in, het nemen van
afschrift van of het anderszins laten kennisnemen van alle bescheiden
waarover zij beschikken en waarvan naar het redelijk oordeel van de
onderzoekscommissie inzage, afschrift of kennisneming anderszins voor
het doen van een onderzoek als bedoeld in artikel 1 nodig is.
**2.** Indien een vordering als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op
bescheiden die afkomstig zijn van een instelling van de Europese Unie of
van het Rijk en kennisneming van die bescheiden door de
onderzoekscommissie het belang van de Europese Unie of de Staat kan
schaden, wordt niet dan met toestemming van de minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties aan de vordering voldaan.
**3.** De in het eerste lid genoemde personen zijn voorts vanaf het tijdstip
van de eerste bekendmaking verplicht te voldoen aan een oproeping door
de commissie uitgevaardigd om als getuige of deskundige te worden
verhoord.
**4.** Ambtenaren, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan
ondergeschikt, zijn gehouden om aan een onderzoek alle door de
onderzoekscommissie gevorderde medewerking als bedoeld in lid 1 te
verlenen.
**5.** Diegene die over informatie denkt te beschikken die van belang kan zijn
voor het onderzoek, wordt uitgenodigd zich te melden bij de voorzitter
van de commissie.
**6.** De commissie besluit of van de diensten van betrokkene gebruik wordt
gemaakt.