In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt verstaan onder:
Wet: Archiefwet 1995;
Gemeentelijke organen: de overheidsorganen, bedoeld in artikel 1, onder b, van de wet, voor zover behorende tot de gemeente.
Archiefbescheiden:1. bescheiden, ongeacht hun vorm, door de gemeentelijke organen ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd daaronder te berusten;2. bescheiden, ongeacht hun vorm, met overeenkomstige bestemming, ontvangen of opgemaakt door instellingen of personen, wier functies op enig gemeentelijk orgaan zijn overgegaan;3. bescheiden, ongeacht hun vorm, welke ingevolge overeenkomsten met of beschikkingen van instellingen of personen dan wel uit anderen hoofde in een archiefbewaarplaats zijn opgenomen om daar te berusten;4. reproducties, ongeacht hun vorm, welke bij of krachtens de wet in de plaats zijn gesteld van de onder 1, 2 of 3 bedoelde archiefbescheiden of welke op grond van het bepaalde in artikel 7 van de wet zijn vervaardigd;
Documentaire verzamelingen: bronnen, bijeengebracht wegens hun informatiewaarde als aanvulling op de beheerde archiefbescheiden;
Archiefbewaarplaats: de archiefbewaarplaats Rotterdam;
Archiefruimte: een ruimte, bestemd voor de bewaring van archiefbescheiden die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats;
Beheerder: de functionaris die op grond van artikel 4 is belast met het beheer van de archiefbescheiden die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
Beheerseenheid: een door het college van B en W als zodanig aan te wijzen organisatieonderdeel;
Informatiesysteem: systeem van documentatie, procedures, apparatuur en programmatuur, met behulp waarvan archiefbescheiden kunnen worden vervaardigd, bewerkt, verzonden, ontvangen en geraadpleegd.