**1..** Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het college de subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn voor de toekomst intrekken of ten nadele van de instelling wijzigen:
voor zover de subsidieverlening onjuist is;
voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten;
de instelling niet meer voldoet aan de bij of krachtens deze verordening of de in de desbetreffende deelverordening gestelde voorwaarden om voor subsidiëring in aanmerking te komen, behoudens voor zover daarvan vrijstelling is verleend;
het financieel beheer of de administratie van de instelling niet aan redelijk te stellen eisen voldoet en de instelling nalaat de door of namens het college ter zake gegeven aanwijzingen stipt na te komen;
de instelling wordt opgeheven of haar doelstelling wordt gewijzigd dan wel de uit de doelstelling voortvloeiende activiteiten werden ingekrompen, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming hebben verleend;
zodra ten aanzien van de instelling de staat van faillissement wordt uitgesproken.
**2..** Bij intrekking of wijziging op grond van het eerste lid sub a en b vergoedt het college de onevenredige schade die de instelling lijdt, doordat zij in vertrouwen op de subsidie anders heeft gehandeld dan zij zonder subsidie zou hebben gedaan.
**3..** Bij intrekking of wijziging op grond van het eerste lid is artikel 25 lid 3 van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk
Artikel 28
Intrekking en wijziging lopende subsidieverlening voor de toekomst
Onderdeel van Algemene subsidieverordening 2006