Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.
Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen,
vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde
termijn worden verlengd tot ten hoogste acht we-ken.
In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet
algemene bepalingen omge-vingsrecht van toepassing indien
beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in
artikel 2:10, vierde lid, artikel 2:11 of artikel 4:11.