Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
te laten verblijven of te laten lopen:a. binnen de bebouwde
kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is;b. op een
voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
ingerichte kinder-speelplaats, zandbak of speelweide of op
een andere door het college aangewezen plaats;c. op de weg
zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander
identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet
kennen.
Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd
in het eerste lid onder a niet geldt.
De verboden genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a en
b gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een hond
zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat
begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze
aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.
Afdeling 2 › Hoofdstuk 11
Artikel 2:57
Loslopende honden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2012-II