Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of
op andere wijze, pas-santen tot prostitutie te bewegen, uit
te nodigen dan wel aan te lokken:a. op of aan andere dan
door het college aangewezen wegen of gebieden;b. gedurende
andere dan door het college vastgestelde tijden.
Met het oog op de naleving van het in het eerste lid
gestelde verbod, kan door poli-tieambtenaren het bevel
worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
verwijderen.
Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
belangen kan door politie-ambtenaren aan personen die zich
bevinden op de wegen en gedurende de tijden be-doeld in het
eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in
een bepaalde richting te verwijderen.
De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13,
tweede lid, genoemde belan-gen personen aan wie ten minste
eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid
bij besluit verbieden zich gedurende bepaalde termijn,
anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden
op of aan de wegen en op de tijden be-doeld in het eerste
lid.
De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde
verbod indien dat in verband met de persoonlijke
omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde
lid.
Afdeling 3 › Hoofdstuk 2
Artikel 3:9
Straatprostitutie
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2012-II