Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
houtopstand te vellen of te doen vellen indien:a. deze staat
op de waardevolle bomenlijst als bedoeld in artikel 4:23a en
de monumentale bomenlijst als bedoeld in artikel 4:23b van
deze verordening;b. het een gemeentelijke houtopstand is;c.
het een houtopstand is, gelegen in de bebouwde kom, met een
doorsnede van 40 centimeter welke is gelegen in een strook
van 10 meter gerekend vanaf het midden van de weg. De
doorsnede dient gemeten te worden ter hoogte van 1.30 meter
van de voet van de boom.
Het in het eerste lid onder b gestelde verbod geldt niet
voor de houtopstanden buiten de bebouwde kom in de zin van
de Boswet, indien het betreft:a. populieren en wilgen als
wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs
landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;b. houtopstand, die
deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
geregistreerde bosbouwonderneming en niet gelegen is binnen
een bebouwde kom Boswet tenzij de houtopstand een
zelfstandige eenheid vormt en, ofwel geen grotere
oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel in het geval van
rijbeplanting, gerekend over het totale aantal rijen, niet
meer bomen omvat dan 20.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet
voor:a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de
Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van
het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in
artikel 4:21;b. het periodiek vellen van hakhout ter
uitvoering van het reguliere onderhoud;c. het periodiek
knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij de daarvoor
geschikte boomsoorten.
Afdeling 4 › Hoofdstuk 3
Artikel 4:11
Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2012-II