Het is verboden op door het college in het belang van het
uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de
openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een
inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen
op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a.
onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;b. bromfietsen en
motorvoertuigen of onderdelen daarvan;c. kampeermiddelen als
bedoeld in artikel 4:30 of onderdelen daarvan, indien het
plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop
of verhuur of anderszins voor een commercieel doel;d.
mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil,
een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
landbouwproducten, afbraakmaterialen en ou-de metalen.
Het college kan bij de aanwijzing nadere regels
stellen.
Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
ruimtelijke ordening of de Provinciale
Omgevingsverordening.
Afdeling 4 › Hoofdstuk 4
Artikel 4:26
Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2012-II