Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te heb-ben.
Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor
de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a.
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
dergelijke;b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven,
indien geen afvalstoffen worden verbrand;c. vuur voor koken,
bakken en braden, voorzover dat geen gevaar, overlast of
hinder voor de omgeving oplevert.
Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp
wordt voorzien door arti-kel 429, aanhef en onder 1 of 3,
van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
Omgevingsverordening.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
tijdig beslissen) van toepassing.
Afdeling 5 › Hoofdstuk 8
Artikel 5:34
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2012-II