Incidentele as verstrooiing dient plaats te vinden op een
daartoe door de begraafplaatsbeheerder aangewezen vaste
verstrooiingplaats op de begraafplaats.
Het college kan op verzoek van de nabestaande(n) die zorg
draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden
ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
tijdig beslissen) van toepassing.
Afdeling 5 › Hoofdstuk 9
Artikel 5:36
Verboden plaatsen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2012-II