Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of
anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt
langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
hebben, waar dit naar het oordeel van het college
buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien
van de gemeente;
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover
in het daarin geregelde on-derwerp wordt voorzien door het
Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
landschapsverordening.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
tijdig beslissen) niet van toepassing.
Afdeling 5 › Hoofdstuk 1
Artikel 5:6
Kampeermiddelen e.a.
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2012-II