De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet
verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder
hoofdelijke stemming is aangenomen.
In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het
samenvattend verslag vragen dat zij geacht willen worden te
hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28
Gemeentewet van stemming te hebben onthouden.
Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet
de voorzitter daarvan mededeling.
De voorzitter (of de griffier) roept de leden van de raad
bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij
het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 16 is
aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de
volgorde van de presentielijst.
Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig
lid, dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond
van artikel 28 Gemeentewet moet onthouden, verplicht
zijn/haar stem uit te brengen.
De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of
‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.
Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist,
dan kan hij/zij deze vergissing nog herstellen voordat het
volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing
pas later, dan kan hij/zij nadat de voorzitter de uitslag
van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen
dat hij/zij zich heeft vergist; in de uitslag van de
stemming brengt dit echter geen verandering.
De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming
mee, met vermelding van het aantal voor en tegen
uitgebrachte stemmen. Hij/zij doet daarbij tevens mededeling
van het genomen besluit.
Afdeling 3 › Paragraaf 3
Artikel 28
Algemene bepalingen over stemming
Onderdeel van Reglement van orde Gemeenteraad 2010 Gemeente De Wolden