Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
voordracht of het opstellen van een voordracht of
aanbeveling moet plaatsvinden, benoemt de voorzitter een
stembureau.
Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond
van artikel 28 van de Gemeentewet van stemming moet
onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren. De
stembriefjes dienen identiek te zijn.
Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
worden samengevat op één briefje.
Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde
stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge
het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren.
Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes
vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe
stemming gehouden.
Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid, als bedoeld
in artikel 30 van de Gemeentewet, worden geacht geen stem te
hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje
hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld
stembriefje wordt verstaan:a. een blanco ingevuld
stembriefje;b. een ondertekend stembriefje;c. een
stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de
stemming verschillende vacatures betreft;d. een stembriefje
waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op
een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;e. een
stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan
die waartoe de stemming is beperkt.
In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje
beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.
Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
Afdeling 3 › Paragraaf 3
Artikel 30
Stemming over personen
Onderdeel van Reglement van orde Gemeenteraad 2010 Gemeente De Wolden