1. Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is
en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie
is benoemd, worden de reiskosten voor het bijwonen van de
vergaderingen van de commissie vergoed. De vergoeding betreft:
bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
gemaakte noodzakelijke reiskosten;
bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Reisregeling
binnenland.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in
redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente vergoed met
een maximum van de in de Reisregeling binnenland genoemde
bedragen.
Hoofdstuk 3
Artikel 18
Reis- en verblijfkosten
Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden