Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente
gemaakte kosten, in verband met reizen buiten het
grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een
beslissing van het gemeentebestuur, vergoed.
De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:a. bij
gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi:
een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
noodzakelijke reiskosten;b. bij gebruik van een eigen
vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid
gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het
bepaalde in artikel 2 van de Reisregeling binnenland.