Indien de jongere zich tegenover het college of zijn ambtenaren
zeer ernstig misdraagt als bedoeld in artikel 41, eerste lid van
de wet, wordt een maatregel opgelegd van 40% van de
WIJ-norm.
De duur van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt
vastgesteld op een maand.
Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het eerste lid kan,
indien sprake is van verbaal geweld, worden afgezien en worden
volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing,
tenzij het verbale geweld plaatsvindt binnen een periode van één
jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de jongere een
schriftelijke waarschuwing in verband met ernstige misdragingen
is gegeven.
In afwijking van het eerste lid kan een maatregel worden
opgelegd van 100 procent van de WIJ-norm, indien binnen twaalf
maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel
als bedoeld in het eerste lid, is opgelegd, sprake is van
eenzelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een
besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld
het besluit om af te zien van het opleggen van een maatregel op
grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede
lid.
Afdeling 4
Artikel 13
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren De Wolden 2010