1. Alle begrippen die in deze verordening en de toelichting worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.
2. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a. De wet: de Wet werk en bijstand
b. Huishouden de personen die voldoen aan:
a. De alleenstaande ouder of het gezin, inclusief de hen ten laste komende kinderen;
b. Én ingeschreven staan op het adres van de belanghebbende(n) in de gemeentelijke basisadministratie van deze gemeente;
c. Sociaal participatiefonds een door de gemeenteraad ingesteld fonds ten behoeve van de uitvoering van het gemeentelijk minimabeleid;
d. Inkomen inkomsten uit of in verband met arbeid, inkomsten uit vermogen, sociale zekerheidsuitkeringen, uitkeringen tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, inkomen uit studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000, met uitzondering van het bepaalde in art. 31, lid 2 en 3 van de wet;
e. WWB Wet werk en bijstand;
f. Ioaw Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
g. Ioaz Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Afdeling 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op het sociaal participatiefonds 2012