Naar hoofdinhoud

Afdeling 1

Artikel 5

Hoogte en uitbetaling van de bijdrage

Onderdeel van Verordening op het sociaal participatiefonds 2012

1. De bijdrage bedraagt per kalenderjaar: a. € 185,00 per alleenstaande; b. € 124,00 per alleenstaande ouder; c. € 124,00 per gezin; d. € 124,00 per ten laste komend kind; e. in aanvulling op de bijdrage zoals vermeld onder a t/m d wordt een bijdrage van € 168,00 per huishouden verstrekt. 2. Het bedrag, zoals genoemd in lid 1, wordt jaarlijks per 1 januari aangepast (geïndexeerd) met het percentage van de verhoging of van de verlaging van de bijstandsnorm, zoals genoemd in artikel 38 j° de artikelen 21 en 22 van de Wet werk en bijstand (WWB). 3. De in lid 2 bedoelde indexering vindt niet tussentijds plaats, indien de bijstandsnormen van de WWB gedurende het kalenderjaar bij wet aangepast wordt. Deze laatst bedoelde verhoging of verlaging van bijstandsnorm wordt dan toegepast per 1 januari van het volgende kalenderjaar. 4. De hoogte van de bijdrage, zoals genoemd in lid 1, is niet afhankelijk van de datum waarop de aanvraag is ingediend. 5. De hoogte van de bijdrage, zoals bedoeld in lid 1, wordt bepaald door de samenstelling van het huishouden op de 1e dag van de maand waarin de aanvraag is gedaan. 6. De bijdrage, zoals bedoeld in lid 1 onder a t/m d, wordt voor belanghebbenden die in enige maand van het kalenderjaar een aanvraag hebben ingediend, op zo kort mogelijke termijn nadat de beslissing is genomen op de aanvraag, uitbetaald. 7. De bijdrage, zoals bedoeld in lid 1 onder e wordt tegelijkertijd toegekend met de bijdrage zoals bedoeld in lid 1 onder a t/m d, maar wordt uitbetaald aan het eind van ieder kalenderjaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel