Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 16.

Zeer ernstige misdragingen

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand

1.. Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet, wordt een maatregel opgelegd van vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand. Het college stelt in nadere beleidsregels vast welke gedragingen kunnen worden aangemerkt als zich zeer ernstig misdragen. 2.. De duur van de maatregel wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen een periode van twee jaar na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een als verwijtbaar aan te merken gedraging als bedoeld in het eerste lid. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel