Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a. vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde
mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en
gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve
doeleinden;
b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's,
toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen
welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en
andere recreatieve doeleinden;
c. niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven,
of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of
stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor
vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden
van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur
aangeboden;
d. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is
voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde
mobiel kampeeronderkomen of stacaravan.
e. voorseizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is
voor het plaatsen van een zelfde kampeeronderkomen of stacaravan
gedurende de weken 13 tot en met 27 van het belastingjaar;
f. naseizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor
het plaatsen van een zelfde kampeeronderkomen of stacaravan gedurende de
weken 33 tot en met 44 van het belastingjaar
Afdeling 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2015