Naar hoofdinhoud

Afdeling 2

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verordening op de kansspelen

De aanwezigheidsvergunning kan uitsluitend worden gesteld ten name van de ondernemer en is niet overdraagbaar. In de aanwezigheidsvergunning wordt de naam van de exploitant van de inrichting, alsmede het adres van de inrichting waar de kansspelautomaat staat opgesteld, vermeld. De aanwezigheidsvergunning wordt voor onbepaalde tijd verleend. In de aanwezigheidsvergunning wordt opgenomen, dat op of aan de kansspelautomaat een waarschuwing wordt opgenomen tegen gokverslaving en overige risico’s van overmatig gokken. De plaats en vorm van deze waarschuwing dienen te voldoen aan door de burgemeester te stellen eisen. Er mogen alleen kansspelautomaten worden opgesteld, die in eigendom toebehoren aan personen, die in het bezit zijn van de exploitatievergunning, zoals bedoeld in artikel 30h, eerste lid van de Wet op de Kansspelen. De kansspelautomaten moeten worden opgesteld op een in de inrichting voor een ieder zichtbare en toegankelijke plaats; de ondernemer c.q. bedrijfsleider c.q. beheerder van de inrichting dient achter de toonbank direct zicht te hebben op de kansspelautomaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel