Naar hoofdinhoud
1. Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(en) zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van tenminste twintig of dertig jaar het recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particulier graf is uitgegeven.2. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien jaren, mits gedaan binnen 2 jaar vóór het verstrijken van de lopende termijn.3. Binnen een jaar, na de aanvang van termijn waarin verlenging van het recht kan worden verzocht, doet de houder van de begraafplaats aan de rechthebbende van wie het adres hem bekend is, schriftelijk mededeling van de termijn en van het bepaalde in het tweede lid. Als er na de schriftelijke mededeling door de begraafplaatshouder binnen 3 maanden geen verlenging is verzocht, moet de begraafplaats-houder het aflopen van de termijn bekend maken bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats. Tevens wordt de mededeling gedaan dat wanneer er niet om verlenging wordt verzocht het college opdracht zal geven de grafbedekking na het verstrijken van de termijn te verwijderen en het graf te ruimen. Dertien weken na verwijdering vervalt de grafbedekking aan de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel