De tegemoetkoming wordt niet verleend wanneer de les bezocht wordt door minder dan 30% van de leerlingen van de groep of groepen, waaruit de leerlingen afkomstig zijn. Hierbij kunnen leerlingen, die wegens ziekte of om andere redenen verhinderd zijn de les bij te wonen, worden meegerekend, indien zij naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders geacht kunnen worden regelmatig aan dit onderwijs deel te nemen.
Voor de vaststelling van het aantal leerlingen wordt als basis genomen het aantal leerlingen van de betreffende groepen naar de toestand op de wettelijke teldatum van het schooljaar.
Afdeling 1
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs