Voor de uitbetaling van de in voorgaande artikelen bedoelde tegemoetkoming zendt de in artikel 1 bedoelde organisatie binnen acht weken na afloop van het schooljaar een jaarverslag in bij het college van burgemeester en wethouders, vermeldende voor elke school afzonderlijk tenminste de volgende gegevens:
De naam van de perso(o)n(en) die belast is/zijn geweest met het geven van godsdienstonderwijs/levensbeschouwelijk vormingsonderwijs.
Het aantal lessen dat in het betreffende schooljaar werd gegeven.
Aan welke groepen leerlingen de lessen werden gegeven.
Het aantal leerlingen van de groepen waaraan les werd gegeven. Het jaarverslag wordt, voor inzending, door de directeur van de openbare basisschool voor akkoord getekend.
Afdeling 1
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs