1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 50.000 euro, dient de
subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:
a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 8 weken na het verricht zijn
van de activiteiten;
b. bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het
jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 4 maanden na het
subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.
2. De aanvraag tot vaststelling bevat:
a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor
de subsidie is verleend, zijn verricht;
b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en
inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);
c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting
daarop;
d. een accountantsverklaring.
3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
belang zijn, worden overlegd.
Afdeling 8
Artikel 16
Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro
Onderdeel van Algemene subsidieverordening De Wolden 2011