Bij pensionering wegens ouderdom of invaliditeit, of deelname aan een
VUT- of vergelijkbare regeling behoeft de lening niet ineens te worden
afgelost. Ingeval van overlijden van de ambtenaar dient de lening door
diens nagelaten betrekkingen, behoudens door diens weduwe c.q.
weduwnaar, ineens te worden afgelost. De weduwe c.q. weduwnaar alsmede
de overige nagelaten betrekkingen zullen tot een extra aflossing
overgaan uit het kapitaal dat van de overlijdensrisico-verzekering wordt
ontvangen. Deze extra aflossing is tenminste gelijk aan het minimum op
grond van punt 13 te verzekeren kapitaal ten tijde van het
overlijden.
Voor de weduwe c.q. weduwnaar van de ambtenaar zullen er overigens geen
veranderingen in de leningsvoorwaarden optreden en kan de lening in de
restant-aflossingstermijn worden afgelost.