**1.** Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel
4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 9 onder a. vermelde
voorziening in aanmerking worden gebracht indien:
a. aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek of
b. problemen bij het uitvoeren van de mantelzorg
c.het zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk
maken en de algemene hulp bij het huishouden dit snel en adequaat
kan oplossen.
**2.** Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel
4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 9 onder b. en c.
vermelde voorzieningen in aanmerking worden gebracht als:
a. de in artikel 9 onder a. genoemde voorziening een onvoldoende
oplossing biedt of
b. niet beschikbaar is.