Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5
en 6 van de wet kan voor de in artikel 23, onder c. en d. vermelde
voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer:
a. aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het gebruik van
een collectief systeem als bedoeld in artikel 23, onder b., onmogelijk
maken dan wel
b. een collectief systeem als bedoeld in artikel 23, onder b., niet
aanwezig is.
Hoofdstuk 5
Artikel 25
Het primaat van het collectief vervoer
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Druten 2007 versie 2.0.