Indien een cliënt een indicatie voor verblijf en behandeling heeft in
het kader van de AWBZ (artikel 8 en 15 van het Besluit Zorgaanpraken
(BZA)) vervalt het recht op een verstrekking van een rolstoel vanuit de
Wmo. Het CIZ heeft zicht op de vraag of een cliënt een indicatie voor
verblijf en behandeling heeft. Ook de cliënt zelf heeft een besluit
waarin de geïndiceerde functies staan benoemd. Overigens betekent het
recht hebben op een rolstoel niet direct dat er ook een medische
noodzaak bestaat voor de rolstoel, Dit betekent dus dat een cliënt die
geïndiceerd is voor de functies verblijf en behandeling (AWBZ) maar geen
medische indicatie heeft voor de rolstoel dan het recht heeft om in het
kader van de Wmo de rolstoel aan te vragen.
Hoofdstuk 6
Artikel 30
Aanspraak op rolstoelvoorzieningen voor AWBZ-bewoners
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Druten 2007 versie 2.0.