**1.** Een aanvraag voor subsidie dient voor 1 april van het jaar voorafgaand aan de periode ten behoeve waarvan subsidie wordt gevraagd schriftelijk bij het college ingediend te worden.
**2.** Bij de indiening van de aanvraag dienen in ieder geval overgelegd te worden:a. een activiteitenplan, met een motivering die kan worden getoetst aan het beleid terzake en aan de in art. 6 genoemde gronden; b. een begroting, omvattende een overzicht van alle voor het boekjaar geraamde inkomsten en uitgaven van de subsidieaanvrager, voorzover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, en waarbij de inkomsten en kosten gespecificeerd zijn per activiteit of cluster van activiteiten. Verder geeft de begroting een (globale) vergelijking aan met de begroting van het lopende boekjaar en de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het lopende boekjaar;c. een plan, waarin aangegeven wordt welke voorzieningen de subsidieaanvrager meent te moeten treffen, voor welke doeleinden deze moeten dienen en tot welk bedrag zij deze wenst te vormen;d. de balans van het voorafgaande jaar met toelichting;e. een opgave van met de instelling gelieerde rechtspersonen alsmede van de aard van de betrekking met die rechtspersonen.
**3.** Voorzover de subsidieaanvrager voor dezelfde activiteiten tevens subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.
**4.** Het college kan modellen c.q. richtlijnen vaststellen voor de bescheiden, zoals bedoeld in het tweede lid.
**5.** Bij een eerste subsidieaanvraag legt de subsidieaanvrager tevens over:a. een kopie van de statuten;b. een beschrijving van de organisatievorm, voorzover deze al niet in de statuten is opgenomen;c. het adres van de subsidieaanvrager;d. een actuele opgave van de bestuurssamenstelling
**6.** Een wijziging van de in het vijfde lid genoemde gegevens wordt onverwijld ter kennisneming gebracht aan burgemeester en wethouders.
**7.** Indien een aanvraag niet tijdig is ingediend kunnen het college besluiten deze niet ontvankelijk te verklaren.
**8.** Het college kan in bijzondere omstandigheden te hunner beoordeling van het in dit artikel gestelde afwijken; en kunnen ook andere dan in het tweede lid genoemde gegevens vragen teneinde de subsidieaanvraag te kunnen toetsen.