1. Het college biedt ten minste eens in de vier jaar uiterlijk
gelijktijdig met de eerste begrotingsaanbieding aan de nieuw aangetreden
raad een (bijgestelde) nota grondbeleid aan ter behandeling en
vaststelling door de raad. In deze nota wordt aandacht besteed aan:
a. de relatie met de programma’s van de begroting;
b. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
gemeente;
c. aan te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;
d. de voorraadverwerving en uitgifte van gronden;
e. de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van
erfpachtvergoedingen.
2. In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken wordt
ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid, met name de
belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals
verlies/winstverwachtingen, de verwerving van gronden e.d. en de
relaties van het grondbeleid met de programma’s.
Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
grondbeleid verslag van:a .programma’s die zijn opgenomen in de
begroting;
b. een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid
uitvoert;
c. een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale
grondexploitatie;
d. een onderbouwing van de geraamde winstneming;
e. de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in
relatie tot de risico’s van de grondzaken;
f. huidige vastgoedpositie;
g. de aan- en verkoop van vastgoed;
h. de deelname in PPS-constructies;
i. de geraamde kosten en opbrengsten per in ontwikkeling genomen
project;
j. in erfpacht uitgegeven gronden;
k. inkomsten erfpacht en bijstelling erfpachtvergoedingen.
Titeldeel 3
Artikel 22