**1.** Onverminderd artikel 3, vierde lid van deze verordening wordt, indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de Wet, maar anders dan door gedragingen als bedoeld in artikel 9 van deze verordening, de bijstand verlaagd:a. met 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand, indien belanghebbende door de gedraging verwijtbaar geen of geen volledig recht heeft op een uitkering krachtens een sociale verzekering of een daarmee naar aard en doel overeenkomende buitenlandse regeling of private verzekering. b. met 100% van de bijstandsnorm gedurende de periode die belanghebbende niet op bijstand zou zijn aangewezen indien hij op verantwoordelijke wijze de middelen waarover hij beschikte of redelijkerwijs kon beschikken zou hebben aangewend.c. met 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand, indien belanghebbende door eigen toedoen voorafgaand of tijdens de bijstandverlening algemeen geaccepteerde arbeid niet heeft behouden, danwel aangeboden algemeen geaccepteerde arbeid voorafgaand aan de bijstandsverlening heeft geweigerd.d. met een door het college individueel vastgesteld percentage van de bijstandsnorm voor zover het tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan geen gedraging betreft als bedoeld onder a, b of c van dit artikel, en geen gedraging is genoemd in de artikelen 9, 12, 13 en 14 van deze verordening.
**2.** Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 4
Artikel 15
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening wet werk en bijstand gemeente Druten