Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Uitgifte graven

Onderdeel van Beheersverordening algemene begraafplaats gemeente Druten 2001

1. Het grafrecht wordt, op schriftelijk verzoek, uitgegeven voor het begraven van één stoffelijk overschot, dan wel voor het reserveren van een grafruimte, voor het (doen) begraven van één stoffelijk overschot binnen de uitgiftetermijn. 2. Na het verstrijken van de uitgiftetermijn bestaat de mogelijkheid het grafrecht te verlengen met telkens 10 jaar. 3. Van de uitgifte van een graf wordt een schriftelijk bewijs opgemaakt en aan de rechthebbende uitgereikt. In het bewijs van uitgifte wordt van het bepaalde in het vijfde lid melding gemaakt. 4. Indien blijkt dat de uitgiftetermijn van het grafrecht op het moment van de verlenging, als bedoeld in het tweede lid, niet overeenstemt met de in de wet voorgeschreven minimale grafrust, dienen de grafrechten minimaal verlengd te worden tot de termijn van minimale grafrust. 5. De vergunning voor de verlening van de grafrechten kan slechts ten name staan van één rechthebbende of belanghebbende.

Rechtspraak bij dit artikel