Naar hoofdinhoud
1. Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf te ruimen wordt gedurende tenminste een half jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden op een bij het te ruimen graf te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is. In dat geval stellen zij hem uiterlijk een jaar voorafgaande aan het bedoelde tijdstip per brief van hun voornemen in kennis. 2. De bij de ruiming van een graf nog aanwezige overblijfselen van stoffelijke overschotten worden begraven en de as wordt verstrooid op een daartoe bestemd gedeelte van de begraafplaats. 3. Rechthebbenden op een graf kunnen gedurende de in het eerste lid gestelde termijn burgemeester en wethouders schriftelijk verzoeken bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving elders. 4. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het ruimen van graven.

Rechtspraak bij dit artikel