In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt verstaan onder:
de wet: de Archiefwet 1995;
het besluit: het Archiefbesluit 1995;
gemeentelijke organen: de overheidsorganen, bedoeld in artikel 1, onder b, van de wet, voor zover behorende tot de gemeente;
de archivaris: de overeenkomstig artikel 32 van de wet benoemde gemeentearchivaris;
archiefbescheiden: bescheiden, zoals omschreven in artikel 1c van de wet waaronder ook wordt verstaan vastgelegde informatie, opgemaakt of ontvangen bij de aanvang, uitvoering of voltooiing van een institutionele of individuele activiteit van de gemeente of van haar ambtenaren, die voldoende inhoud, context en structuur bevat om als bewijs van de activiteit te dienen.
documentaire verzamelingen: bescheiden, niet zijnde archiefbescheiden, die door beheerseenheden zijn bijeengebracht en die voor de kennis van de lokale of regionale geschiedenis van belang kunnen worden geacht.
archiefruimte: een ruimte, bestemd of aangewezen voor de bewaring van archiefbescheiden in afwachting van hun overbrenging ingevolge artikel 12, eerste lid.
beheerder: degene die ingevolge artikel 3 is belast met het beheer van dearchiefbescheiden van de gemeentelijke organen, die niet zijnovergebracht naar een archiefbewaarplaats;
beheerseenheid: een door burgemeester en wethouders als zodanig aan tewijzen organisatieonderdeel;
informatiesysteem: systeem van documentatie, procedures, apparatuur enprogrammatuur, met behulp waarvan archiefbescheiden kunnenworden vervaardigd, bewerkt, verzonden, ontvangen engeraadpleegd.