**1.** Het college legt, overeenkomstig het bepaalde in artikel 72 van de wet, een boete op ter hoogte van:
a. € 50,00 bij het niet, dan wel onvoldoende, nakomen van de verplichting van artikel 28 van de wet,
b. € 100,00 bij het niet, dan wel onvoldoende, nakomen van de verplichting van artikel 58, 59 of 60 van de wet,
c. € 250,00 bij het niet, dan wel onvoldoende, nakomen van de verplichting van artikel 45 of 47 van de wet,
d. € 500,00 bij het niet, dan wel onvoldoende, nakomen van de verplichting van artikel 49, 50 of 56 van de wet,
e. € 1.000,00 bij het niet, dan wel onvoldoende, nakomen van de verplichting van artikel 51 van de wet.
f. € 250,00 bij het niet, dan wel onvoldoende, nakomen van de verplichting van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
**2.** In de gevallen genoemd in het eerste lid, onder b, d en e, geeft het college de houder, overeenkomstig artikel 65 van de wet, tevens een schriftelijke aanwijzing.
**3.** Indien de houder de schriftelijke aanwijzing niet, dan wel onvoldoende, nakomt, wordt de hoogte van de boete, zoals bepaald in het eerste lid, verdubbeld.
**4.** In het geval, genoemd in het derde lid, verbiedt het college de houder de exploitatie van het kindercentrum of het gastouderbureau voort te zetten.
**5.** Indien de houder handelt in strijd met een verbod krachtens het vierde lid, legt het college de houder een boete op van € 10.000,00.
Paragraaf 8
Artikel 19
Bestuurlijke boeten
Onderdeel van Verordening Wet kinderopvang gemeente Druten