Naar hoofdinhoud

Paragraaf 8

Artikel 19

Bestuurlijke boeten

Onderdeel van Verordening Wet kinderopvang gemeente Druten

1. Het college legt, overeenkomstig het bepaalde in artikel 72 van de wet, een boete op ter hoogte van: a. € 50,00 bij het niet, dan wel onvoldoende, nakomen van de verplichting van artikel 28 van de wet, b. € 100,00 bij het niet, dan wel onvoldoende, nakomen van de verplichting van artikel 58, 59 of 60 van de wet, c. € 250,00 bij het niet, dan wel onvoldoende, nakomen van de verplichting van artikel 45 of 47 van de wet, d. € 500,00 bij het niet, dan wel onvoldoende, nakomen van de verplichting van artikel 49, 50 of 56 van de wet, e. € 1.000,00 bij het niet, dan wel onvoldoende, nakomen van de verplichting van artikel 51 van de wet. f. € 250,00 bij het niet, dan wel onvoldoende, nakomen van de verplichting van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. 2. In de gevallen genoemd in het eerste lid, onder b, d en e, geeft het college de houder, overeenkomstig artikel 65 van de wet, tevens een schriftelijke aanwijzing. 3. Indien de houder de schriftelijke aanwijzing niet, dan wel onvoldoende, nakomt, wordt de hoogte van de boete, zoals bepaald in het eerste lid, verdubbeld. 4. In het geval, genoemd in het derde lid, verbiedt het college de houder de exploitatie van het kindercentrum of het gastouderbureau voort te zetten. 5. Indien de houder handelt in strijd met een verbod krachtens het vierde lid, legt het college de houder een boete op van € 10.000,00.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel