Tenzij het horen overeenkomstig artikel 7:13 lid 3 van de Awb door de commissie wordt opgedragen aan de voorzitter of een lid, is voor het houden van een hoorzitting vereist dat de meerderheid van het aantal leden met inbegrip van een voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig is.
Bij ontstentenis van de vaste voorzitter of diens plaatsvervanger, wordt uit de aanwezige leden een voorzitter aangewezen.